Ik had er nog niet bij stil gestaan, maar blijkbaar is het niet voor iedereen de evidentie zelve dat we onze tuin inrichten zoals we doen😉

Voor mij was het gewoon 1 geheel in mijn hoofd (eerst vooral in Wouter zijn hoofd, maar ook ik werd behoorlijk door het virus aangetast): We kopen een huis met veel grond, we maken een boomgaard, graven een poel en planten een houtkant aan…

Toen iemand mij een tijdje geleden vroeg: waarom in godsnaam, moest ik 2 seconden nadenken… er zijn zoveel redenen.

Ik zet het hierond even voor u op een rijtje, en mocht u ook aangetast worden door het virus: er staat bij hoe je het zelf kan doen

1: waarom een poel?

vroeger waren in het landschap heel veel vee-drinkpoelen en daarin kwamen spontaan amfibieën, waterbeestjes, planten, oeverplanten,… een biotoop op zichzelf dus.

Sinds de opkomst van de bio-industrie zijn er heel veel kleine landschapschapelementen verloren gegaan;

“Kleine landschapselementen” is een verzamelnaam voor hagen, houtkanten, houtwallen, hoogstambomen, knotbomen, hoogstammige en halfstammige fruitbomen en poelen. Ze vormen lijnen en punten in het landschap waar de natuur ongestoord zijn gang kan gaan. Ze zorgen niet alleen voor een gevarieerd en aantrekkelijk landschap. Ze zijn ook enorm belangrijk in de natuur. Ze vormen schuil- broed en uitwijkplaatsen voor verschillende planten en dieren. Ze maken deel uit van een groter groen netwerk als verbindingsplaats tussen grotere natuurgebieden.).

 

Het regionaal landschap (in elke regio te vinden dus) probeert om het landschap weer te maken zoals vroeger, dus om onder andere kleine landschapselementen te herstelen.

In die optiek graven we dus een poel (en er komt vanzelf vanalles in, ondertussen zijn de eerste juffertjes en libellen al gespot, en kikkers zitten er ook al); binnen een jaar of drie zal het ook echt mooi zijn;

 

Onze poel in de maand juli

maar we doen meer dan enkel een poel: ook hagen, knotbomen en een houtkant met streekeigen plantgoed (dus: niet zomaar sleedoorn, meidoorn, els, beuk,… maar planten die op grond in de streek gekweekt zijn en verder gekweekt zijn uit planten uit de streek)

 

Dat heeft als meerwaarde dat je terug leefruimte geeft aan een heleboel planten en dieren; er komen terug schuilplaatsen die door de grote vlakten die onze akkers geworden zijn verloren zijn gegaan;

dat zou dus een tuin vol insecten en vogels moeten geven.

 

Het is wel niet zo eenvoudig als het klinkt, want eigenlijk komt er ook een stukje natuurbeheer te kijken bij zo een tuin. Het stuk dat wij nu inrichten als maaiveld, graasweide, poel en houtkant was vroeger een akker en werd dus zwaar bemest. De meeste wilde planten (“onkruid”)houden echter niet van zwaar bemeste grond, en als je dus niets zou doen om die overbemesting weg te krijgen, heb je niets anders dan kamille, gras, perzikkruid, klaver,…). Wil je ook de zeldzamere soorten krijgen, dan moet je gaan verarmen. Bij ons gebeurd dat door te maaien, en er is ook geplagd (dat is afscheppen van de bovenste grondlaag) door de kraan, toen deze de poel kwam graven. Het regionaal landschap van jouw streek kan je helpen bij het uitstippelen van zo een plan.

 

Aan al die ondersteuning zijn natuurlijk ook voorwaarden verbonden: zo moeten we de poel en de houtkant minstens 10 jaar houden en moeten we 1 keer per jaar (als ze het vragen) bereid zijn om onze tuin open te stellen (dat kan gewoon iemand van het regionaal landschap zijn die komt kijken, maar ook bv een groep kinderen die waterbeestjes komt bekijken in onze poel). Die voorwaarden zijn ook afhankelijk van het contract met het desbetreffende regionaal landschap.

 

2. Wat met de boomgaard?

Een boomgaard is ook een vorm van kleine landschapselementen en kadert dus ook binnen de ondersteuning van ons regionaal landschap (los van het poelen project). Wat is de voorwaarde? Dat het gaat om een hoogstam boomgaard en dat het gaat om oude streekeigen rassen. In die gevallen wordt de aanplant van de boomgaard ook gesubsidieerd door het regionaal landschap. Je kan de bomen dan ook laten aanplanten door de landschapswacht.

Wij hebben ze zelf gekocht en aangeplant, maar onze consulent van het regionaal landschap heeft wel geadviseerd over de standplaats (bv: aan de westkant plaats je best peren, die zijn daar het best tegen bestand; elke boom moet op 7 m van een andere boom geplaatst worden; een notenboom komt bij de stallen, omdat die vliegen en muggen weghoudt,…). Ze doen dit ook volgens cultuurhistorische regels (bv: een boomgaard moet redelijk dicht tegen de boerderij liggen; dichtst daarbij plaats je vruchten als kersen, krieken,… verder daarvan appels en peren).

Onze bomen komen van een boomkweker ergens in een hoekje van West-vlaanderen (boomkwekerij de Linde: link zie blog). Hij heeft ons geholpen met de keuze van de rassen. We konden daar gaan proeven welke rassen we lekker vonden, wat goed is om te bewaren, wat niet, welke rassen je samen nodig hebt voor de bestuiving (hoe dat precies zit weet ik ook niet), welke rassen het goed doen in jouw grondsoort,…

 

 

Los daarvan is eigen gekweekt fruit natuurlijk ook gewoon heel erg lekker, dus daarvoor kan je het ook doen

 

 

We zaaiden ook een kleine graanakker in, zodat we veel vogels zullen hebben in de herfst en de winter… nu is het gewoon mooi om naar te kijken: een akkertje met (ingezaaide) veldbloemen